ACT therapie: de 6 kernprocessen

psychologische flexibiliteit in gewone taal uitgelegd

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) draait niet om het wegkrijgen van iedere moeilijke gedachte of emotie. De kern is dat je leert flexibeler om te gaan met wat je vanbinnen ervaart, terwijl je keuzes maakt die passen bij wat voor jou belangrijk is.

In ACT wordt dat psychologische flexibiliteit genoemd. Het model beschrijft zes processen die elkaar versterken.

1. Acceptatie

Acceptatie betekent ruimte maken voor gevoelens, herinneringen en lichamelijke sensaties die er op dat moment al zijn, zonder al je energie te gebruiken om ze weg te drukken.

2. Cognitieve defusie

Bij cognitieve defusie leer je gedachten meer te zien als mentale gebeurtenissen in plaats van als feiten die automatisch gevolgd moeten worden.

3. Contact met het huidige moment

ACT oefent bewust aandacht geven aan wat er nu is: wat merk je in je lichaam, wat gebeurt er om je heen en welke keuze kun je op dit moment maken?

4. Zelf als context

Je bent meer dan de inhoud van je gedachten en emoties. In ACT wordt geoefend met het perspectief van waaruit je ervaringen kunt waarnemen.

5. Waarden

Waarden gaan over de richting waarin je wilt leven. Ze helpen om keuzes te maken wanneer het moeilijk wordt.

6. Toegewijd handelen

Dit proces gaat over concreet gedrag: welke kleine stap past vandaag bij de richting die je belangrijk vindt?

Hoe ziet ACT eruit in therapie?

Een ACT-behandeling bestaat meestal uit gesprekken en oefeningen. Je onderzoekt waar je vastloopt, welke strategieën op korte termijn helpen maar op lange termijn beperken, en welke waarden richting geven aan verandering.

Lees meer over ACT therapie bij Huis voor Bewustzijn.

Bronnen: De beschrijving van de zes kernprocessen is gebaseerd op het psychologische-flexibiliteitsmodel van de Association for Contextual Behavioral Science.