Schematherapie: schema’s, modi en coping

een praktische uitleg van hardnekkige patronen

Soms weet je rationeel heel goed dat een reactie niet helemaal past bij de situatie, maar voelt die toch bijna onvermijdelijk. Schematherapie probeert zulke terugkerende patronen begrijpelijk te maken.

Daarbij wordt vaak gesproken over schema’s, modi en coping. Die begrippen beschrijven manieren waarop oude ervaringen in het heden kunnen doorwerken.

Wat is een schema?

Een schema is een diepgeworteld patroon van verwachtingen, emoties en overtuigingen over jezelf, anderen en relaties. Zo’n patroon kan sterk geactiveerd worden in situaties die lijken op eerdere ervaringen.

Wat is een modus?

Een modus beschrijft de toestand waarin je op een bepaald moment terechtkomt wanneer één of meerdere schema’s worden geactiveerd. Je kunt dan anders voelen, denken of reageren dan op een rustiger moment.

En wat betekent coping?

Coping is de manier waarop je probeert om met de spanning van een geactiveerd schema om te gaan. De ene persoon trekt zich terug, een ander past zich voortdurend aan, terwijl iemand anders juist controle probeert te houden.

Waarom keren patronen steeds terug?

Hardnekkige patronen houden zichzelf vaak in stand. Schematherapie kijkt daarom niet alleen naar wat je denkt, maar ook naar emoties, gedrag, relaties en de manier waarop oude ervaringen nu nog worden geactiveerd.

Wat gebeurt er in schematherapie?

In behandeling leer je patronen herkennen en begrijpen. Daarna oefen je met andere manieren van reageren. Afhankelijk van je hulpvraag kan daarbij worden gewerkt met gesprekstechnieken, ervaringsgerichte oefeningen en gedragsexperimenten.

Lees meer over schematherapie bij Huis voor Bewustzijn en over zelfbeeld en hardnekkige patronen.

Bronnen: De uitleg sluit aan bij de actuele Nederlandse Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen en de Richtlijnendatabase.